Pensioen is veruit de belangrijkste secundaire arbeidsvoorwaarde

Het bewustzijn op pensioengebied onder werknemers is gestegen! Van werkgevers wordt dan ook steeds meer verwacht! 

Ondernemer / ZZP

Als ondernemer heb je een bijzondere positie voor wat betreft de opbouw van je pensioenvoorziening. Voor de zelfstandig ondernemer zijn er specifieke mogelijkheden voor het opbouwen van pensioen. Ons kantoor kan jou hier nader over informeren.

 

Zzp'ers zijn als ondernemer zelf verantwoordelijk voor een oudedagsvoorziening als aanvulling op de AOW. Maar uit onderzoek blijkt dat 25 tot 50 procent dit niet doet. Zij vinden het vaak te duur of zijn slecht op de hoogte van de mogelijkheden van pensioenopbouw.

Het aantal zzp'ers is de afgelopen jaren flink toegenomen en inmiddels telt Nederland er ruim 800.000. De Sociaal-Economische Raad (SER) concludeerde onlangs in een ontwerpadvies dat er iets aan de pensioenen voor zzp'ers moet worden gedaan. Het blijft hun eigen verantwoordelijkheid, vindt de raad. Maar zij moeten wel dezelfde (fiscale) mogelijkheden krijgen als werknemers om een pensioen op te bouwen.

Assucom Assurantiën kan jou als ZZP'er adviseren op de volgende deelgebieden:

  • Oudedagsvoorzieningen
  • Overlijdensrisico- en arbeidsongeschiktheidsrapportages
  • Voorzetting pensioenopbouw na einde loondienst

Indien je als zelfstandig ondernemer werkt, bouw je geen pensioen op. Je krijgt na pensioendatum alleen nog een AOW-uitkering. Om toch een pensioen op te bouwen kun je gebruik maken van de Fiscale Ouderdagsreserve. (FOR) Deze regeling maakt het voor jou als zelfstandig ondernemer mogelijk om maximaal 12% van de jaarwinst te reserveren.

Echter de FOR mag niet groter zijn dan het ondernemingsvermogen. Een deel van de FOR kun je gebruiken om een lijfrente aan te kopen. En ook als je jouw onderneming beëindigd en stakingswinst boekt kun je een lijfrentepolis aankopen.

Om te kunnen beoordelen of je voldoende inkomen hebt en van een goed pensioen kunt gaan genieten, moet je inzicht krijgen in de verwachte inkomsten en uitgaven na pensioendatum.

Dreigt een tekort, dan zul je zelf aanvullende maatregelen moeten treffen!  Assucom Assurantiën kan jou hierover verder informeren.

1. Spaar met een lijfrente of basisrekening

Als je regelmatig geld opzij wilt zetten voor je pensioen is een lijfrenteverzekering of een bankspaarrekening een optie. Met deze producten leg je regelmatig een bedrag in. Als je met pensioen gaat koop je een lijfrente. 

Met een lijfrenteverzekering of een bankspaarrekening kun je gebruik maken van belastingvoordelen. Over de premie betaal je geen inkomstenbelasting. Verder betaal je geen vermogensbelasting over de spaarpot. Er is wel een grens aan hoeveel je elk jaar belastingvrij mag sparen: de jaarruimte. 

Een lijfrente of bankspaarrekening kun je vaak combineren met een overlijdensrisicoverzekering of een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dit kan financieel aantrekkelijk zijn. Maar...... het zijn ingewikkelde producten, laat je dus goed adviseren.

2. Koopsompolis

Een koopsompolis is een eenmalige storting. Voor een koopsompolis gelden dezelfde belastingvoordelen als voor lijfrentes en bankspaarrekeningen. 

3. Zelf sparen en beleggen

Je kunt ook zelf sparen of beleggen voor jouw pensioen. Het voordeel hiervan is dat je altijd toegang hebt tot jouw geld. Over je spaargeld en beleggingen betaal je wel vermogensbelasting. Er geldt wel een vrijstelling.

4. Hypotheek aflossen

Als je een hypotheek hebt die (deels) aflossingsvrij is, kun je simpelweg meer gaan aflossen. Je slaat twee vliegen in een klap: je verlaagt je woonlasten en je spaart in de vorm van een stijgende overwaarde op je huis.

5. De overwaarde van jouw huis verzilveren

Overwaarde is gelijk aan de verkoopprijs min de nog af te lossen hypotheekbedrag. Bij verkoop van jouw woning komt dit geld vrij tot je beschikking. 

6. Werken naast je pensioen

En als je toch te weinig inkomen hebt, kun je ook gaan werken ná je pensionering. Als je werkt als je al met pensioen bent betaal je wel inkomstenbelasting, maar de belastingtarieven voor gepensioneerden zijn wel veel lager dan voor mensen die nog niet met pensioen zijn.

Pensioen dga in eigen beheer afgeschaft per 1 april 2017. Wat nu?

En wat wordt dan het lot van reeds in eigen beheer opgebouwde pensioenen? Voor bestaande pensioenvoorzieningen wordt de mogelijkheid geboden om deze in 2017 - 2018 - 2019 af te stempelen naar de fiscale waarde. Daardoor verdwijnt de dividendklem en is er in zoverre geen belemmering meer voor het uitkeren van dividend. Direct na afstempeling moet het het pensioen worden afgekocht (met korting) of worden omgezet in een spaarvariant bij de eigen B.V.  'oudedagsverplichting' (ODV).

Deze DGA’s profiteren ten opzichte van de bestaande regels van een forse tegemoetkoming in de loonbelasting door over het verschil tussen de werkelijke waarde van het pensioen en de (afgeknepen) fiscale waarde geen loonbelasting (max. 52%) en ook geen revisierente (20%) verschuldigd te zijn. Het is niet verplicht om gebruik te maken van deze mogelijkheden; de reeds opgebouwde pensioenrechten mogen 'pensioen' blijven en in eigen beheer worden aangehouden.

Met ingang van 1 april 2017 zijn er derhalve 3 keuzemogelijkheden:

  1. Afstempelen naar fiscale waarde + afkoop van het pensioen.
  2. Afstempen naar fiscale waarde + omzetting in oudedagsverplichting bij de eigen B.V).
  3. Handhaven van het 'pensioen in eigen beheer'.

Welke keuze het voordeligste is, is niet in zijn algemeenheid te zeggen. Dat moet per DGA worden afgewogen en berekend!

Keuzemogelijkheden 1 en 2 behoeven schriftelijke goedkeuring van de partner. De gemaakte keuze moet binnen een maand na de dag van afkoop/omzetting middels een formulier aan de Belastingdienst worden gemeld onder opgave van de fiscale en werkelijke ('commerciële') waarde(n) van de pensioenvoorziening.

Het heeft lang geduurd voordat de minister enige duidelijkheid heeft verschaft over de positie van de partner, eventuele schenking door de partner bij medewerking aan afstempelen en het moment van en de wijze van compensatie van de partner voor het opgeven van rechten op het (partner)pensioen. Op dit vlak bestaat helaas nog altijd geen volledige duidelijkheid. 

De soep lijkt zoals zo vaak minder heet dan wanneer ze werd opgediend. Zo is inmiddels duidelijk dat in gemeenschap van goederen gehuwden het het makkelijkst hebben (geen compensatie van de partner nodig). Bij gehuwden onder huwelijkse voorwaarden is de inhoud van de voorwaarden bepalend voor de vraag of compensatie van de partner nodig is om 'schenking' te voorkomen.

Als compensatie nodig is, zijn partners vrij om te bepalen hoe ze dat doen. De compensatie kan bijvoorbeeld gezocht worden in (of een combinatie van) een wijziging van de huwelijksvoorwaarden, door (bij keuze voor afkoop) de afkoopsom te delen, een partnerpensioen te verzekeren bij een verzekeraar, een overlijdensrisicoverzekering te sluiten of door af te spreken dat in voorkomend geval (echtscheiding) compensatie zal plaatsvinden (voorwaardelijke compensatie). Helaas is de partnerproblematiek - ondanks de vele vragen die zijn gesteld - voor een aantal situaties nog niet duidelijk toegelicht.

Voor DGA's die voor afkoop (=uitkering ineens) kiezen geldt een korting op de grondslag van 34,5% (bij afkoop in 2017, na 31 maart), 25% (2018), 19,5% (2019), waarbij voor de berekening van de korting wordt aangesloten bij de pensioenvoorziening per 31 december 2015 (om anticipatie te voorkomen). Bij een korting van 34,5% op het hoogste tarief van 52% bedraagt de effectieve druk 34%. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer heeft staatssecretaris Wiebes aangegeven dat voor afkoop van het pensioen geen medische waarborgen door de B.V. hoeven worden gevraagd.

N.B. Het is zeer onverstandig om het pensioen af te kopen voordat de Wet Uitfasering van pensioen in eigen beheer in werking is getreden. Er zal dan sprake zijn van heffing van loonbelasting (max. 52%), vermeerderd met revisierente (20%) over de werkelijke waarde van het pensioen, zonder korting op de heffingsgrondslag.

Bij keuze voor de oudedagsverplichting wordt de bestaande waarde van de pensioenvoorziening omgezet in de voorziening voor oudedagssparen in eigen beheer en vervolgens jaarlijks tot aan de pensioendatum vermeerderd met een bescheiden rente ("u-rendement"). Vanaf de pensioendatum zal de B.V. vervolgens uitkeringen doen met een looptijd van 20 jaar.

De uitkering in het eerste jaar bedraagt 1/20 van het bedrag van de oudedagsverplichting. In het tweede jaar wordt - rekeninghoudend met afname van de verplichting met het in het voorafgaande jaar uitgekeerde bedrag en met toename door optellen van het u-rendement - de uitkering gesteld op 1/19, etc. De uitkeringen mogen maximaal 5 jaar eerder ingaan dan op de pensioendatum, maar dan moet de uitkeringsperiode met een gelijk aantal jaren worden verlengd.

Ook DGA's met een reeds ingegaan pensioen in eigen beheer kunnen voor omzetting in de oudedagsverplichting kiezen, hetgeen vaak tot een lagere pensioenuitkering zal leiden (en ruimere mogelijkheden tot dividenduitkering). 

Dit zal voor veel DGA's waar keuze voor afkoop niet mogelijk/gunstig is een goede keuze zijn. Het maken van deze keuze behoeft goedkeuring van de partner (hetgeen in bepaalde gevallen een belemmering zal blijken).

N.B. De oudedagsverplichting kan op elk moment geheel of gedeeltelijk worden afgestort naar een lijfrente bij een bank, verzekeraar of (nieuw m.i.v. 2017) beleggingsinstelling.

Wanneer niet gekozen wordt (dan wel niet gekozen kan worden, bijvoorbeeld in verband met de partnerproblematiek) voor afkoop van het pensioen of voor omzetting in de oudedagsverplichting betekent dat de handhaving van het reeds opgebouwde (bevroren) pensioen in eigen beheer volgens de regels per 31 maart 2017.

Verdere opbouw van pensioenrechten in eigen beheer is niet mogelijk met ingang van 1 april 2017, waarbij nog wel een coulance-termijn van 3 maanden geldt (eindigend per 1 juli 2017!!). Wel zal jaarlijks de pensioenvoorziening tot aan de pensioendatum nog actuarieel oprenten, dus jaarlijks wat toenemen als gevolg van het dichterbij de pensioendatum komen en eventuele indexatie van opgebouwde pensioenrechten. Er is jaarlijks een actuariele pensioenbetekening nodig. De pensioenklem blijft bestaan. Voor reeds ingegane pensioen in eigen beheer geldt dat de uitkering niet wijzigt als gevolg van de wetswijziging.

Deze variant is denkbaar bij DGA's die naar een zo hoog mogelijke pensioenuitkering streven en de dividendklem - die in stand blijft - geen belemmering vormt voor dividenduitkeringen. En deze variant zal - tegen wil en dank van de DGA - aan de orde zijn als de (ex-)echtgenote niet meewerkt aan afkoop of omzetting in oudedagsverplichting.

Er zijn voor de DGA diverse mogelijkheden om te voorzien in de oudedag. Ik noem:

  • niet meer opbouwen
  • opbouwen via een lijfrenteverzekering/lijfrentesparen/lijfrente-beleggen bij een bank, verzekeraar of beleggingsinstelling
  • sparen of beleggen uit netto-loon of dividend (fiscaal in box 3) 
  • in de B.V. sparen (fiscaal box 2), en t.z.t. (deels) gaan leven van dividend; deze mogelijkheid noemt Staatssecretaris Wiebes 'netto-sparen'
  • een pensioenverzekering starten bij een verzekeraar
  • zorgen voor aflossing van de hypotheek (lage woonlasten tijdens pensionering)

De verschillende keuzemogelijkheden kennen verschillende fiscale aspecten, waarbij in de afweging rekening moet worden gehouden.

Het begint allemaal met communicatie. Laat je medewerkers zien wat je voor hen hebt geregeld.

Werkgever

 

Elke ondernemer met mensen in dienst, krijgt ermee te maken. Wist je dat pensioen de meest gewilde secundaire arbeidsvoorwaarde is?

Een goede pensioenregeling kan dus aantrekkelijk zijn. Voor het behouden en motiveren van jouw werknemers. Of bij het aantrekken van nieuw personeel.

Maar hoe weet je wat voor soort pensioen het beste bij jouw organisatie past? Om een bewuste keuze te kunnen maken informeren wij je graag over hoe het Nederlandse pensioengebouw in elkaar steekt. 

Het adviseren van een werkgever over een tweedepijler pensioenproduct valt onder de reikwijdte van de Wet op het financieel toezicht ('Wft'). 

Daarmee wordt bereikt dat het door ons kantoor gehanteerde adviestraject voldoet aan de actuele wettelijke eisen. Hieronder informeren wij jou graag over een aantal belangrijke aspecten van een collectieve pensioenregeling.

De manier waarop we in Nederland het pensioen regelen, noemen we het pensioengebouw. Dit pensioengebouw bestaat uit drie pijlers: pensioen van de overheid, pensioen van de werkgever en aanvullingen die u privé doet.

 

Pensioen 1e pijler: de overheid (AOW)

De eerste pijler van de pensioenen in Nederland is de overheid. Elke Nederlander ontvangt een basispensioen. Dit is vastgelegd in de Algemene Ouderdomswet (AOW).

 

Pensioen 2e pijler: de werkgever

De meeste werknemers in Nederland bouwen pensioen op samen met de werkgever. Dit is de tweede pijler van het pensioengebouw.

Vaak is de werkgever verplicht om het pensioen onder te brengen bij een pensioenfonds. Is dat niet het geval? Dan kunt u een collectieve regeling voor uw werknemers onderbrengen bij een pensioenverzekeraar.

 

Pensioen 3e pijler: privé

Bovenop het pensioen van de overheid en van de werkgever kan de werknemer ook zelf voor extra pensioenaanvulling zorgen. Bijvoorbeeld als de AOW en het werkgeverspensioen niet voldoende is om de gewenste levensstijl voort te zetten.

Collectief werkgeverspensioen

Pensioen van de werkgever is naast de AOW voor werknemers de voornaamste inkomstenbron na hun pensionering.

Hoe kunt u als werkgever het pensioen voor uw werknemers organiseren? Welke keuzes hebt u en wat zijn de kosten?

Is pensioen voor uw werknemers verplicht?

Het is niet wettelijk verplicht om uw werknemers een pensioen te bieden, behalve als dit in de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) staat. In Nederland is het pensioen van de werkgever wel een belangrijke en veel voorkomende arbeidsvoorwaarde.

Fiscaal aantrekkelijk, lage kosten

De overheid stimuleert het opbouwen van pensioen door de werkgever. Dit doet zij door de pensioenpremies fiscaal aftrekbaar te maken. U hoeft als werkgever niet alle kosten zelf te betalen.

U kunt de kosten delen met de werknemers. De werkgever en de werknemer betalen dan elk een deel van de pensioenpremie. Het deel van de werknemer wordt ingehouden op het bruto salaris.

Kortom: een pensioenregeling via de werkgever is een gunstige manier om uw werknemers ook na hun pensionering van inkomen te voorzien.

Wat kost een pensioen?

Voor de werkgever zijn vooral de kosten van de pensioenregeling belangrijk. Deze zijn afhankelijk van de keuzes die u maakt. Zo stijgen de kosten als u kiest voor meer garanties voor de werknemers.

Een indicatie is snel te geven op basis van het aantal medewerkers, gemiddelde leeftijd en inkomen.

Pensioenoplossingen

Er zijn verschillende pensioenoplossingen waarmee u het pensioen voor de werknemers optimaal kunt regelen. Of u nu één werknemer hebt of vijfhonderd. De inrichting van de pensioenregeling hangt af van uw keuzes.

Pensioen is niet eenvoudig. Pensioen is zelfs razend ingewikkeld. Maak daarom gebruik van specialisten die hun vak verstaan.

De hoogte van het pensioen in de eindloonregeling is afhankelijk van twee elementen: het salaris van de werknemer en de periode dat hij of zij in dienst is bij de werkgever.

Pensioen bij een eindloonregeling

Bij de eindloonregeling wordt steeds uitgegaan van het laatst verdiende salaris.

Bij elke salarisverhoging wordt het pensioen dat de werknemer al heeft opgebouwd, opgetrokken naar het niveau van de nieuwe pensioengrondslag. Dat heet een backserviceverhoging.

Het uiteindelijke pensioenresultaat is bij de eindloonregeling dus niet afhankelijk het salarisverloop gedurende de hele carrière, maar uitsluitend van het laatst verdiende salaris (het eindloon).

Waarom kiezen voor eindloon

Werkgevers die kiezen voor een eindloonregeling, kiezen voor de beste regeling voor hun werknemers.

Omdat het eindloon de basis is van deze regeling, wordt de werkgever geconfronteerd met grote schommelingen in premieafdracht wanneer de werknemer salarisverhoging krijgt. Een stijging in salaris werkt niet alleen door in toekomstige dienstjaren, maar ook in de achterliggende dienstjaren.

Voordelen van eindloon

Het belangrijkste voordeel voor werknemers is dat het eindloonpensioen een gegarandeerd pensioen is.

In tegenstelling tot een pensioenfonds mag een verzekeraar een gegarandeerde uitkering of premie niet aanpassen bij tegenvallende beleggingsresultaten. Dat betekent dat de verzekeraar garanties die ze geven simpelweg moeten waarmaken.

Pensioen opbouwen met eindregeling

De hoogte van de premie die de werkgever betaalt, is gebaseerd op het eindloon van de werknemers. Deze premie ligt dus niet vast. De werknemers zijn verzekerd van een gegarandeerde pensioenuitkering, deze staat dus vast. Dus de werknemers weten hoeveel ze uitgekeerd krijgen op de pensioendatum.

Pensioen uitkeren

De verzekeraar zet het opgebouwd pensioenkapitaal van de werknemers op de pensioendatum om in een levenslange maandelijkse pensioenuitkering.

De hoogte van het pensioen in de middelloonregeling is afhankelijk van twee elementen: het salaris van de werknemer en de periode dat hij of zij in dienst is bij de werkgever.

Pensioen bij een middelloonregeling

Het woord middelloon spreekt bijna voor zich. De werknemer ontvangt een pensioen op basis van het gemiddelde loon dat hij of zij verdient door de jaren heen. Het middelloon pensioen heeft voordelen voor zowel de werknemers als de werkgever.

Waarom kiezen voor middelloon

Werkgevers die kiezen voor een middelloonregeling pensioen, kiezen voor beheersbare pensioenlasten.

Omdat het gemiddeld verdiende loon de basis is van het middelloon, heeft de werkgever geen last van grote schommelingen in premieafdracht wanneer de werknemer salarisverhoging krijgt. Een stijging in salaris werkt alleen door in toekomstige dienstjaren.

Voordelen voor werknemers

Het belangrijkste voordeel voor werknemers is dat het middelloon pensioen een gegarandeerd pensioen is.

In tegenstelling tot een pensioenfonds mag een verzekeraar een gegarandeerde uitkering of premie niet aanpassen bij tegenvallende beleggingsresultaten. Dat betekent dat de verzekeraar garanties die ze geven simpelweg moeten waarmaken. 

1. Pensioen opbouwen met middelloonregeling

De hoogte van de premie die de werkgever betaalt, is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon van de werknemers. Deze premie ligt dus niet vast. De werknemers zijn verzekerd van een gegarandeerde pensioenuitkering, deze staat dus vast. Dus de werknemers weten hoeveel ze uitgekeerd krijgen op de pensioendatum.

2. Pensioen uitkeren

De verzekeraar zet het opgebouwd pensioenkapitaal van de werknemers op de pensioendatum om in een levenslange maandelijkse pensioenuitkering.

Pensioen op maat met middelloonregeling

Middelloon is een van de mogelijke regelingen in een maatwerkoplossing voor de grotere werkgever.

De premie die door de werkgever wordt betaald is de basis voor het pensioenkapitaal. Hiervan wordt op de pensioendatum pensioen gekocht. De hoogte en vorm van het pensioen staan bij de beschikbare premieregeling niet van tevoren vast.

Twee varianten

  • Gegarandeerd kapitaal. Met de beschikbare premie wordt een verzekering gekocht voor een gegarandeerd kapitaal, waarmee op de pensioendatum pensioen wordt aangekocht.
  • Beleggen. Met de beschikbare premie wordt belegd tot aan de pensioendatum. Van het vermogen wordt op de pensioendatum pensioen aangekocht. De werknemer loopt risico op de beleggingen maar profiteert ook wanneer er hoge rendementen worden behaald.

 

Gegarandeerd kapitaal

 

1.Pensioen opbouwen

Als werkgever bepaalt u de pensioenpremie die u besteedt aan het pensioen van uw werknemers. De hoogte van de beschikbare premie is afhankelijk van het salaris en de leeftijd van de werknemers. Die premie ligt vooraf vast. Dus als werkgever weet u vooraf waar u aan toe bent. De werknemers bouwen een gegarandeerd pensioenkapitaal op, deze staat dus vast.

2. Pensioen aankopen

Op de pensioendatum komt het opgebouwde pensioenkapitaal tot uitkering. De werknemers mogen dit alleen gebruiken voor het aankopen van een periodieke pensioenuitkering. Bij welke verzekeraar ze dit doen, mogen ze zelf beslissen. De hoogte en vorm van het pensioen (en van de uitkeringen dus) staan nog niet vast. Die zijn onder meer afhankelijk van de rentestand op het moment van de aankoop van het pensioen.

3. Pensioen uitkeren

Zodra de werknemer heeft besloten bij welke partij hij zijn pensioen laat uitkeren, wordt zijn opgebouwd pensioenkapitaal omgezet in een levenslange maandelijkse pensioenuitkering.

 

Beleggen

1. Pensioen opbouwen

Als werkgever bepaalt u de pensioenpremie die u besteedt aan het pensioen van de werknemers. De hoogte van de beschikbare premie is afhankelijk van het salaris en de leeftijd van de werknemers. Die premie ligt vooraf vast. Dus als werkgever weet u vooraf waar u aan toe bent. Omdat de verzekeraar belegt, is er geen garantie op het pensioenkapitaal. De hoogte van het pensioenkapitaal voor de werknemers is afhankelijk van de resultaten van de beleggingen.

2. Pensioen aankopen

Op de pensioendatum komt het opgebouwde pensioenkapitaal tot uitkering. De werknemers mogen dit alleen gebruiken voor het aankopen van een periodieke pensioenuitkering. Bij welke verzekeraar ze dit doen, mogen ze zelf beslissen. De hoogte en vorm van het pensioen (en van de uitkeringen dus) staan nog niet vast. Die zijn onder meer afhankelijk van de rentestand op het moment van de aankoop van het pensioen.

3. Pensioen uitkeren

Zodra de werknemer heeft besloten bij welke partij hij zijn pensioen laat uitkeren, wordt zijn opgebouwd pensioenkapitaal omgezet in een levenslange maandelijkse pensioenuitkering.

 

Waarom kiezen voor beschikbare premieregeling

De werkgever bepaalt zelf de hoogte van de premie en komt zo niet voor verrassingen te staan. Werknemers hebben in de beschikbare premieregeling soms de keuze wat er met de beschikbare premies gebeurt.

Werknemer

 

 

Veel werkgevers bieden hun werknemers pensioenregelingen aan. Méér informatie vind je op deze pagina's.

De basis is de AOW, het pensioen dat jij van de overheid krijgt. Hoe zit dat precies in elkaar en waar staan al die afkortingen voor?

AOW is een volksverzekering waarvoor iedereen die rechtmatig in Nederland woont, verplicht verzekerd is. Er bestaat geen onderscheid tussen mannen en vrouwen of werkenden en niet-werkenden. Ook als je niet in Nederland woont, maar hier wel werkt en op grond daarvan onder de loonbelasting valt, ben je verzekerd.

Als je tussen je 15e en uw 65e altijd in Nederland hebt gewoond, ben je doorlopend verzekerd geweest. Je hebt dan recht op volledige AOW. Het AOW-pensioen wordt niet automatisch uitbetaald. Je moet dat uiterlijk 3 maanden voordat je jouw AOW-leeftijd bereikt, aanvragen bij de Sociale Verzekeringsbank.

 

De AOW-leeftijd wordt stapsgewijs verhoogd. Je ontvangt je 1e AOW-uitkering op de dag dat jij de AOW-leeftijd bereikt.

Als je een uitkering hebt, stopt deze 1 dag eerder. Wanneer krijg je nu jouw AOW? Bereken hier jouw AOW-leeftijd!

 

De nabestaandenuitkering ANW is een financiële ondersteuning van de overheid na het overlijden van een partner of ouders. De Sociale Verzekeringsbank voert de ANW namens de overheid uit. Als jouw partner is overleden heb je mogelijk recht op ANW.

 Met de wizard kun je nagaan of je in aanmerking komt. Ook wezen kunnen in aanmerking komen voor een uitkering.

De nabestaandenuitkering

Als nabestaande kom je in aanmerking voor een uitkering als je jonger bent dan 65 jaar en je partner op de datum van overlijden verzekerd was voor de ANW. Daarnaast moet je ook aan één van de volgende voorwaarden voldoen:

  • je bent geboren voor 1950, of
  • je hebt een kind onder de 18 jaar, of
  • je bent voor tenminste 45% arbeidsongeschikt.

De ANW maakt geen onderscheid tussen gehuwden, geregistreerd partners of samenwonenden. Ook als je gescheiden bent van de overledene kun je mogelijk in aanmerking komen voor een uitkering. De hoogte van de ANW-uitkering is afhankelijk van jouw inkomen.

De wezenuitkering

Een weeskind komt in aanmerking voor een uitkering als beide ouders zijn overleden en de laatst overleden ouder op de datum van overlijden verzekerd was voor de Anw. De wees moet jonger zijn dan 16 jaar. In sommige gevallen is er recht op een uitkering tot 21 jaar.


ANW-uitkering geen vetpot

Je kunt dus nu al nagaan of jouw partner voor zo'n ANW-uitkering in aanmerking komt. Is dat niet zo? Heeft jouw partner een eigen inkomen? Tref tijdig maatregelen tegen de financiële gevolgen van jouw overlijden. Zo kun je overwegen om bijvoorbeeld een ANW-hiaatverzekering af te sluiten.

 

Gedurende je werkzame leven bouw je bij jouw werkgever(s) een werknemerspensioen op. Dit is een aanvulling op wat je van de overheid krijgt. De tweede pijler van het pensioengebouw is dus het pensioen via de werkgever.

Je krijgt het alleen als je hebt gewerkt en jouw werkgever ook een pensioenregeling had waaraan jij mee hebt gedaan. Niet iedere werknemer bouwt zo'n aanvullend pensioen op, maar wel heel veel werknemers. Zo'n 95% van de bedrijven heeft een bedrijfspensioenregeling. Meestal geldt die pensioenregeling voor elke werknemer of voor elke werknemer vanaf een bepaalde leeftijd.

Jouw werkgever betaalt meestal het grootste deel van deze regeling. Maar ook van jou wordt vaak een eigen bijdrage gevraagd die op je bruto salaris wordt ingehouden.

Pensioenfondsen

Indien jij een pensioen opbouwt via jouw werkgever, ben je hoogstwaarschijnlijk aangesloten bij een zogenaamd pensioenfonds. Dit is meestal een verzekeringsmaatschappij die straks op jouw pensioendatum de pensioenuitbetaling zal gaan verzorgen.

Afhankelijk van de bedrijfstak waarin je werkzaam bent, bijvoorbeeld de metaalindustrie, ben je verplicht bij het desbetreffende bedrijfs(-tak)pensioenfonds aangesloten, zoals het Pensioen Fonds voor de Metaalindustrie. Indien je bij een multinational werkt, zoals Heineken of KLM, zul je verplicht zijn aangesloten bij het eigen Ondernemings Pensioenfonds.

Daarnaast zijn er verplicht gestelde beroepspensioenregelingen voor onder andere apothekers, artsen en notarissen. Maar ook bestaat de mogelijkheid om als bedrijf bij een verzekeringsmaatschappij naar keuze een pensioenarrangement samen te stellen.

Uitgangspunt is 70%

Het uitgangspunt  -dat jouw pensioen gelijk moet zijn aan 70% van het laatst verdiende salaris-  is nagenoeg onhaalbaar! Je zult begrijpen dat alle voornoemde pensioenregelingen verschillend zullen zijn. Het doel, een oudedagspensioen voor de werknemer opbouwen, is in principe gelijk. Maar de mate waarin dat doel bereikt zal worden hangt sterk af van de kwaliteit van de aangeboden pensioenregeling. 

Omdat je vanaf jouw pensioendatum jaar minder belasting gaat betalen, kun je, ondanks dat je bruto minder inkomen krijgt, toch netto in inkomen gelijk blijven. Dit is dus de ideale situatie. Helaas is het zo dat zeer veel pensioenregelingen dit uitgangspunt niet halen.

De oorzaken hiervan zijn onder andere het hanteren van een hoge AOW-franchise, het hanteren van een lage pensioengrondslag, het instellen van een maximum salaris waarover pensioen mag worden opgebouwd, het al dan niet indexeren van de pensioenen etc. Hierdoor kunnen (grote) pensioengaten ontstaan.

Hoe blijven jouw partner en jouw kinderen achter indien je komt te overlijden? Weleens over nagedacht? Helaas heeft zo'n 80% geen enkel idee. Te vaak wordt gedacht dat het allemaal goed is geregeld.

Nabestaandenpensioen wordt vaak (dus NIET altijd!) opgebouwd via een pensioenregeling van de werkgever(s) van de partner. De hoogte van het nabestaandenpensioen verschilt per pensioenregeling.

Goed geregeld?

Het partnerpensioen wordt uitgekeerd vanaf het overlijden van de werknemer tot het overlijden van de achtergebleven partner. Onder partner wordt verstaan degene met wie de (gewezen) werknemer duurzaam een gezamenlijke huishouding voert of heeft gevoerd en met wie geen bloed- of aanverwantschap in de rechte lijn bestaat.

Overlijden vóór je pensioendatum

  • Het pensioen voor jouw nabestaanden is vaak minder dan je denkt. Het is meestal 70% van jouw bereikbare ouderdomspensioen.
  • Het is nog maar de vraag of joue nabestaande bovenop het partnerpensioen nog een (volledige) ANW-uitkering krijgt van de overheid. Lang niet elke pensioenregeling kent een voorziening om het gemis aan ANW te compenseren.
  • In veel pensioenregelingen is het partnerpensioen 'op risicobasis' is verzekerd. Zo'n pensioen vervalt bij ontslag. Bij een wisseling van baan heb je dan altijd een tekort aan partnerpensioen.
  • Als je eens gescheiden bent, heb je een het deel van het partnerpensioen moeten afstaan aan jouw ex. Als jij na echtscheiding opnieuw trouwt, krijgt jouw nieuwe partner daardoor een aanzienlijk lagere uitkering als jij komt te overlijden.
  • Tenslotte kennen veel pensioenregelingen een korting op het partnerpensioen als jij en je partner meer dan 10 jaar in leeftijd verschillen. Die korting bedraagt vaak 2,5% voor elk jaar dat het leeftijdsverschil groter is dan 10 jaar.

Het is echt belangrijk om goed te kijken wat jouw partner krijgt als jij komt te overlijden. Het is vaak nodig om aanvullende maatregelen te nemen, zeker als je partner volledig van jouw inkomen afhankelijk is. Hoe dan ook, in veel gevallen kan het partnerpensioen behoorlijk tegenvallen. 

Overlijden ná de pensioendatum

  • Bijna alle pensioenregelingen bepalen dat je vóór de pensioendatum moet zijn getrouwd, geregistreerd of moet samenwonen. Wanneer je pas na je pensionering trouwt of gaat samenwonen, heeft jouw partner geen recht op een uitkering na jouw overlijden.
  • Tegenwoordig is in veel pensioenregelingen het partnerpensioen 'op risicobasis' verzekerd. Dan is er bij overlijden ná de pensioendatum geen uitkering voor de partner. Pensioenregelingen bieden daarom de mogelijkheid om op de pensioendatum een deel van het ouderdomspensioen in te ruilen voor een partnerpensioen. Dan is er na jouw overlijden dus wel een uitkering voor je partner. Deze uitkering is echter lager dan het partnerpensioen dat je partner zou hebben gekregen bij overlijden vóór je pensioendatum. Je ouderdomspensioen wordt immers verlaagd door de ruil. Het partnerpensioen is 70% van dat lagere ouderdomspensioen.

Stelt  je eens een paar vragen! 

  • Heb jij in jouiw pensioenregeling partnerpensioen opgebouwd (recent of in het verleden)?
  • Blijft dat dan bij pensionering behouden?
  • Weet jij hoeveel het partnerpensioen bedraagt en is het voldoende om van te leven?
  • Wil je het opgebouwde partnerpensioen inruilen voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen?
  • Of net andersom?

Bieden de eerste twee pijlers jou onvoldoende om tegemoet te komen aan je pensioenwensen, dan kun je zelf voor iets extra's zorgen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een koopsom, lijfrenteverzekeringen, spaargeld, aandelen en andere vormen van vermogen, zoals een een bancaire lijfrenterekening, eigen huis of bedrijf.

De derde pijler van het pensioengebouw, dat zijn dus aanvullende regelingen waar jij zélf voor zorgt.

Lijfrenteverzekeringen

Je kunt bijvoorbeeld een lijfrenteverzekering afsluiten. Je betaalt dan maandelijks of jaarlijks een premie of stort een geldbedrag in één keer ('koopsom'). Je koopt dan te zijner tijd bij een verzekeraar een periodieke uitkering. Zo'n uitkering wordt een lijfrente genoemd.

Lijfrenten - voor wie bedoeld?

Wie dienen aanvullende maatregelen te treffen?

  • Wanneer jij zelfstandig ondernemer bent, heb je geen werknemerspensioen en zul je zelf een aanvulling op de AOW moeten regelen.
  • Als werknemer kun je voor een aanvulling op je pensioen kiezen. Bijvoorbeeld om een pensioentekort te repareren.
  • Maar ook als vrije beroepsbeoefenaar met een beroepspensioenregeling kun je voor een aanvulling op uw pensioen kiezen. Bijvoorbeeld om een pensioentekort te repareren.

Je kunt jouw nabestaandenpensioen verbeteren door zelf maatregelen te nemen. Als jij goed voor je nabestaanden wilt zorgen of als jouw partner niet in aanmerking komt voor een (volle) ANW-uitkering, kun je op verschillende manieren voor een aanvulling zorgen.

Risicoverzekeringen

Naast interen op het vermogen (als dat al aanwezig is) kan een risicoverzekering een uitkomst bieden. Er zijn vele vormen zoals een nabestaandenlijfrente, een ANW-gatverzekering of een kapitaalverzekering.

Nabestaandenlijfrente

Deze lijfrente is bedoeld voor de verzorging van nabestaanden. De ingangsdatum kan opgeschoven worden naar het tijdstip waarop het jongste kind 18 wordt (en het recht op een Anw-uitkering dus vervalt). Als de lijfrente wordt uitgekeerd aan je kinderen, moet de uitkering eindigen bij hun overlijden of anders uiterlijk op hun 30e verjaardag.

1. Spaar met een lijfrente of basisrekening

Als je regelmatig geld opzij wilt zetten voor je pensioen is een lijfrenteverzekering of een bankspaarrekening een optie. Met deze producten leg je regelmatig een bedrag in. Als je met pensioen gaat koopt je een lijfrente. 

Met een lijfrenteverzekering of een bankspaarrekening kun je gebruik maken van belastingvoordelen. Over de premie betaal je geen inkomstenbelasting. Verder betaal je geen vermogensbelasting over de spaarpot. Er is wel een grens aan hoeveel je elk jaar belastingvrij mag sparen: de jaarruimte. 

Een lijfrente of bankspaarrekening kun je vaak combineren met een overlijdensrisicoverzekering of een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dit kan financieel aantrekkelijk zijn. Maar...... het zijn ingewikkelde producten, laat je dus goed adviseren.

2. Koopsompolis

Een koopsompolis is een eenmalige storting. Voor een koopsompolis gelden dezelfde belastingvoordelen als voor lijfrentes en bankspaarrekeningen. 

3. Zelf sparen en beleggen

Je kunt ook zelf sparen of beleggen voor je pensioen. Het voordeel hiervan is dat je altijd toegang hebt tot jouw geld. Over je spaargeld en beleggingen betaal je vermogensbelasting. Er geldt een vrijstelling.

4. Hypotheek aflossen

Als je een hypotheek hebt die (deels) aflossingsvrij is, kun je simpelweg meer gaan aflossen. Je slaat twee vliegen in een klap: je verlaagt je woonlasten en je spaart in de vorm van een stijgende overwaarde op jouw huis.

5. De overwaarde van uw huis verzilveren

Overwaarde is gelijk aan de verkoopprijs min de nog af te lossen hypotheekbedrag. Bij verkoop van je woning komt dit geld vrij tot je beschikking. 

6. Werken naast je pensioen

En als je toch te weinig inkomen hebt, kun je ook gaan werken na je pensionering. Als je werkt als je al met pensioen bent betaal je wel inkomstenbelasting, maar de belastingtarieven voor gepensioneerden zijn wel veel lager dan voor mensen die nog niet met pensioen zijn.

Wat betekent dit voor de werkgever?

 

 

Een werkgever kan een nieuwe pensioenregeling voor zijn medewerkers willen afsluiten. Of hij kan een bestaande pensioenregeling willen aanpassen.

Voor een goed advies is er veel informatie nodig over de onderneming, de financiële positie, doelstellingen, risicobereidheid, bestaande kennis van pensioenvoorzieningen en eventuele ervaringen.

Relevante informatie over de onderneming is bijvoorbeeld ook de te verwachten ontwikkelingen van de onderneming in de toekomst.

Op basis van deze informatie kun je van Assucom Assurantiën een gedegen advies verwachten, inclusief een opzet voor een juiste pensioencommunicatie met jouw werknemers. 

Pensioen is inmiddels razend ingewikkeld. Een foutje wordt door de Fiscus afgestraft of kan leiden tot enorme boetes, of een veel hogere premieafdracht.

De pensioenadviseurs van Assucom Assurantiën hebben een ruime expertise op het terrein van collectieve pensioenregelingen. Je moet hierbij denken aan de volgende deelgebieden:

  • Quickscan pensioenregeling
  • Ontwerp pensioenregeling
  • Scan Financiële positie
  • BPF-scan
  • Controle juridische documenten
  • Controle pensioenadministratie
  • Wijziging/contractverlenging pensioenregeling
  • Prognose ontwikkeling pensioenlasten en -aanspraken
  • Actuariële controle
  • Contractsonderhandeling met verzekeraar/intermediair
  • RJ 271 waardering en IFRS waarderingen
  • Waardeoverdrachtberekening individueel
  • Waardeoverdrachtberekening collectief
  • Harmonisatie pensioenregelingen
  • Due diligence
  • Verplichtstellingen en dispensatie
  • Instemmingsaanvraag en begeleiding Ondernemingsraden

Een  adviestraject bestaat gewoonlijk uit 4 fasen:

1. Inventarisatie

In deze fase is Assucom Assurantiën adviseur wettelijk verplicht om bij jou als werkgever informatie in te winnen over:

  • Kennis en ervaring
  • De financiële positie van de onderneming
  • De doelstelling van de werkgever
  • De risicobereidheid van de werkgever

2. Allemaal voor zover relevant voor het op te stellen pensioenadvies

In deze fase kun je er op rekenen dat aandacht geschonken wordt aan alle relevante gegevens, kenmerken, wensen en behoeften van de werkgever. Maar ook dat de door de werkgever (mondeling) verstrekte gegevens worden gecontroleerd op juistheid en volledigheid, voor zover mogelijk.

In deze fase informeert onze pensioenadviseur de werkgever in algemene zin over alle relevante pensioensconstructies. Dit past in het dynamische proces van inventarisatie, analyse en advies.

3. Analyse

In de analysefase vertaalt onze pensioenadviseur de kenmerken van de onderneming, de financiële positie, doelstellingen, risicobereidheid en de aanwezige kennis en ervaring naar de mogelijkheden voor een pensioenregeling en/of pensioenproduct. Deze analyse wordt vaak actuarieel onderbouwd.

4. Advies en nazorg

Assucom Assurantiën brengt een advies uit dat aansluit bij de wensen en doelstellingen, op basis van alle verzamelde informatie.

In geval door onze pensioenadviseur een pensioenproduct is afgesloten zal de adviseur gedurende de looptijd van het pensioenproduct de onderneming ondersteunen. De mate van ondersteuning wordt gewoonlijk vastgelegd in een SLA (Service Level Agreement).

Pensioen is een belangrijke arbeidsvoorwaarde. Daarom is het belangrijk om je werknemers te informeren over de inhoud van de pensioenregeling. Een werknemer weet immers vaak niet wat er gebeurt bij pensionering, overlijden, arbeidsongeschiktheid, ontslag en echtscheiding.

Assucom Assurantiën kan u helpen bij het:

  • houden van personeelspresentaties
  • voeren van individuele informatieve gesprekken met alle betrokken werknemers
  • persoonlijk infomeren van nieuwe werknemers
  • informeren van vertrekkende en nieuwe werknemers over het al dan niet nuttig zijn van waardeoverdracht van opgebouwde pensioenen
  • etc....

Maak gebruik van onderstaande rekenhulpen

Actueel pensioennieuws  

Rekenhulpen - Oudedagsvoorziening

Hebt u in een jaar premies betaald of stortingen gedaan voor lijfrente?

Met deze rekenhulp berekent u hoeveel betaalde lijfrentepremies en inleg u maximaal mag aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting. 

Houd bij het invullen een aantal documenten bij de hand. Dit zijn documenten over het jaar voorafgaand aan het jaar van aangifte. Doet u bijvoorbeeld aangifte over 2015? Houd dan de gegevens van 2014 bij de hand.

Om uw jaarruimte te berekenen, hebt u de volgende gegevens nodig: uw aangifteformulier of een afdruk van uw digitale aangifte uw inkomensgegevens als u in loondienst was of zelf vrijwillig pensioenpremies betaalde: de opgaaf van uw pensioenaangroei die u van het pensioenfonds of de pensioenverzekeraar hebt gekregen.

Wilt u ook uw reserveringsruimte berekenen? (Dit is het niet-benutte deel van de jaarruimtes voor de lijfrentepremieaftrek uit de afgelopen 7 jaar, dat u alsnog geheel of gedeeltelijk kunt gebruiken als u meer premie in aftrek wilt brengen dan u aan jaarruimte hebt.) Dan hebt u ook de gegevens nodig over uw inkomen en uw eventuele pensioenopbouw in de afgelopen 8 jaar.

 

 

Met deze rekenhulp rekent u uit of u minder revisierente kunt betalen.

Normaal gesproken betaalt u 20% van de waarde in het economisch verkeer van een lijfrenteverzekering of van het tegoed van een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht.

Is de uitkomst van de berekening lager dan 20% van de waarde in het economisch verkeer? Dan geldt voor u het lagere bedrag.

 

 

Per 1 januari 2019 vervallen heel kleine pensioenen

Vanaf 1 januari 2019 vervallen heel kleine pensioenen. Dit zijn pensioenen van € 2 of minder bruto per jaar. Dat mag op grond van nieuwe regels omdat de administratiekosten voor deze heel kleine pensioenen erg hoog zijn.

Koolmees wil meer vrouwen en jongeren in pensioenbesturen

Minister Koolmees van SZW wil dat er meer vrouwen en jongeren zitting krijgen in de besturen van pensioenfondsen. Dit schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer over diverse pensioenonderwerpen.

Pensioenoverzicht gaat ook mee- en tegenvallers tonen

Iedereen die pensioen opbouwt, krijgt vanaf volgend jaar september beter inzicht in de hoogte van de pensioenuitbetaling die hij of zij later kan verwachten. Op mijnpensioenoverzicht.nl worden drie verschillende bedragen toegevoegd; deze zijn bereke...

Internetconsultatie wetsvoorstel Verzamelwet Pensioenen 2019

Op internet is het concept van het wetsvoorstel Verzamelwet Pensioenen 2019 gepubliceerd.

Betere bescherming bij pensioen van buitenlands fonds

Er komt meer bescherming voor mensen die in Nederland pensioen hebben opgebouwd, maar hun pensioen ontvangen van een buitenlandse pensioenuitvoerder. Dit kan voorkomen bij mensen die in dienst waren bij een multinational.

Actueel pensioen nieuws

Per 1 januari 2019 vervallen heel kleine pensioenen

Vanaf 1 januari 2019 vervallen heel kleine pensioenen. Dit zijn pensioenen van € 2 of minder bruto per jaar. Dat mag op grond van nieuwe regels omdat de administratiekosten voor deze heel kleine pensioenen erg hoog zijn.

Koolmees wil meer vrouwen en jongeren in pensioenbesturen

Minister Koolmees van SZW wil dat er meer vrouwen en jongeren zitting krijgen in de besturen van pensioenfondsen. Dit schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer over diverse pensioenonderwerpen.

Pensioenoverzicht gaat ook mee- en tegenvallers tonen

Iedereen die pensioen opbouwt, krijgt vanaf volgend jaar september beter inzicht in de hoogte van de pensioenuitbetaling die hij of zij later kan verwachten. Op mijnpensioenoverzicht.nl worden drie verschillende bedragen toegevoegd; deze zijn bereke...

Internetconsultatie wetsvoorstel Verzamelwet Pensioenen 2019

Op internet is het concept van het wetsvoorstel Verzamelwet Pensioenen 2019 gepubliceerd.

Betere bescherming bij pensioen van buitenlands fonds

Er komt meer bescherming voor mensen die in Nederland pensioen hebben opgebouwd, maar hun pensioen ontvangen van een buitenlandse pensioenuitvoerder. Dit kan voorkomen bij mensen die in dienst waren bij een multinational.